Rolstoeldansen: latin
Cha cha cha
De cha-cha-cha, een dans met vierkwartsmaat, werd voor het eerst
gezien in de danszalen van Argentinië omstreeks 1950. Omdat hij
pas in de jaren 50 ontstaan is, is deze dans een relatieve
nieuwkomer bij de Latijns-Amerikaanse dansen. Deze dans is
ontstaan uit de Mambo waarop hij dan ook het vervolg vormde. De
schepper van de cha-cha-cha is Enrique Jorrin.
In 1953 werd de chachacha in Europa geïntroduceerd waar hij
vanaf toen een groot succes had bij alle dansliefhebbers. De
chachacha is dan ook een van de populairste latin dansen.
De interpretatie van de chachacha muziek zou een vrolijke,
zorgenloze en brutale sfeer moeten creëren door middel van een
speels ritme. De dans heeft een zeer passionele oorsprong en dit
moet je ook proberen uit te beelden. Het doel van deze dans is
een 'kat-en-muisspelletje' tussen man en vrouw uit te beelden,
een kokette flirt. De chachacha wordt pittig, zelfs een beetje
lichtzinnig en brutaal gedanst met korte en snelle bewegingen.
Het is een heerlijke dans om je op uit te leven.
Bij de chachacha moet je dus niet aan serieuze dingen denken,
maar wel aan plezier en vooral het ondeugende karakter moet bij
deze dans naar voren komen.
Het accent ligt bij de chachacha op de eerste maat. Op
wedstrijden duurt de chachacha ca. 1,5 tot 2 minuten en is de
officiële snelheid van de dans vastgesteld op 30 bmp. Ook deze
dans is een positieve dans, dit betekend dat er weinig afstand
afgelegd wordt op de vloer.
De timing van de bewegingen is het allerbelangrijkste bij de
uitvoering van deze dans.
Samba
Het ritme van de samba, een dans in tweekwarts maat, is ontstaan
in Afrika. De negerslaven namen de muziek mee naar Brazilië waar
de samba, de nationale dans, ontdekt en uitgewerkt is. Het woord
Samba staat oorspronkelijk voor een uit Afrika naar Brazilië
meegevoerde kringdans waarbij in het midden sensationele solo’s
werden opgevoerd.
De voorloper van de samba was de maxixe. Verschillende versies
van de Samba, van Baion (spreek uit: bajao) tot marcha, worden
in Brazilië gedanst tijden het carnaval in Rio of op
plaatselijke feesten. De wereldtentoonstelling in New York
zorgde in 1939 voor de grootste verspreiding van de samba.
De Samba is een ritmische en levendige dans met veel korte en
snelle bewegingen en een vrolijk karakter. Schaars geklede dames
en heren bewegen hun heupen wild op de opzwepende muziek. De
dansers moeten om het karakter van de Saba uit te dragen een
flirtende, overdreven vrolijke indruk maken. Veel figuren die nu
in de Samba gedanst worden, bereikt men door het kantelen van
het bekken. Deze actie is moeilijk te bereiken, maar zonder dit
verliest de Samba zijn effect. Deze dans is door zijn vrolijk
karakter een favoriete dans die in het teken van carnaval en
vrolijkheid staat.
In de Samba ligt het accent op de tweede maat. Op
kampioenschappen word er ongeveer 1,5 tot 2 minuten samba
gedanst op een officiële snelheid van 50 bpm.
Het is een progressieve dans waarblij de paren gebruik maken van
de gehele vloer. De vloer wordt bij deze dans dan ook gezien als
een optochtvloer gezien.
De nadruk ligt bij de Samba op de typische bounce beweging die
eigenlijk alleen in de Samba gedanst wordt.
Doordat het karakter van de Samba een zomerse sfeer oproept
wordt hij de laatste tijd veel gebruikt als basis voor zomerse
hits.
Rumba
De Rumba, de oudste onder de Latijns-Amerikaanse dansen, werd
voor het eerst in Afrika gedanst. De slaven die vanuit
Afrikaanse landen naar Amerika werden getransporteerd, bleven,
ondanks alle ellende, hun eigen cultuur trouw en dansten het
langzame ritme met overgave. De toenmalige dansvorm was
geïnspireerd op de gedragingen van de haan en de hen.
Toch ontkwam de Rumba niet aan Latijns-Amerikaanse invloeden. De
huidige vorm van de dans heeft raakvlakken met de Habanera. Pas
in de dertiger jaren kwam de Rumba naar Europa, om na 1945
'herontdekt' en verder ontwikkeld te worden door de Fransen. Pas
in 1950 werd de rumba populair, door de invloed van de muziek
die 'in' was in die tijd. De rumba kent vele vormen waarvan de
Cuban-Rumba de gestandaardiseerde dans is.
Tegenwoordig heeft de Rumba het predicaat 'Dans van de liefde'
gekregen en beeldt vooral de liefdesperikelen tussen man en
vrouw uit. Het is dus een echte verleidingsdans. De dans draait
dan ook geheel om het verleiden en imponeren van de andere sexe.
Op langzame, opzwepende muziek probeert de dame de heer tijdens
de dans te verleiden en uit te dagen. Dit gebeurt door middel
van oogcontact, dichterbij dansen en dan afstoten en verleidende
figuren. De man wordt gelokt en afgewezen en toch blijft hij
zijn best doen om de dame te imponeren en duidelijk te maken dat
hij toch nog geïnteresseerd is. De sensuele en erotische
bewegingen van de dame worden door de man beantwoord door middel
van zijn bewegingen, zijn verlangen naar haar en zijn pogingen
om zijn manlijkheid te bewijzen door psychische overheersing.
Helaas mislukt dit op het einde altijd. Het standaard element is
dan ook de vrouw die de man overheerst met haar charme. De Rumba
is een erotisch gepassioneerde dans waarbij de bewegingen van
het lichaam het focuspunt zijn voor de uitvoering van de dans.
Dit vereist een goede timing en goed geplaatste dynamische
bewegingen.
Bij de Rumba ligt het accent op de vierde maat. Op wedstrijden
duurt de Rumba ca. 1,5 - 2 minuten en is de officiële snelheid
van deze dans vastgesteld op 27 bpm. Ook deze dans is een
positie dans waarbij men weinig afstand aflegt op de dansvloer.
De Rumba wordt ook wel gezien als de langzame Chachacha!
Paso Doble
De Paso Doble, vroeger ook paso double (wat dubbele pas)
genoemd, is de enige dans die zijn oorsprong in Europa vindt, om
preciezer te zijn in Spanje. Hij kwam voor het eerst echt in de
mode rond 1910.
Deze dans beeldt een stierengevecht uit waarbij de heer de
matador voorstelt en de dame de ‘el capa’ ofwel het rode doek
(en niet zoals velen denken de stier). Deze paso doble is ook de
enige dans waar de mannelijke helft van het danspaar de hoofdrol
speelt.
Als je de muziek opzet waant iedereen zicht direct in Spaanse
sferen. Een volle arena in de Spaanse zon en de matadors met hun
capa, de rode doek, komen de arena binnen. De spanning stijgt en
zoo ook de temperatuur, zo zijn ook metten de ideale
omstandigheden voor het temperament dat bij de Paso Doble hoort
gecreëerd.
De man heeft een overheersende en trotse houding, hij straalt
macht en waardigheid uit en moet in zijn geheel een energieke en
krachtige indruk maken bij het publiek. De dame volgt de
bewegingen van de heer en is één met deze bewegingen. In deze
dans zijn naast de invloeden van de stiergevechten veel
invloeden van Flamenco terug te vinden, onder andere het apel.
Bij de Paso Doble is er een licht accent op de eerste maat.
Tijdens wedstrijden wordt er ongeveer 1?5 tot 2 minuten gedanst
op een officieel tempo van 62 bmp.
Centraal in deze dans zijn de lopende bewegingen van de heer.
Paso Doble, vroeger paso doublé, betekent letterlijk dubbele pas
en deze dubbele pas, komt regelmatig voor in de danspassen en is
een teken van het temperamentvolle karakter van de dans.
Jive
De Jive, de hekkensluiter van de Latijns-Amerikaanse dansen,
stamt uit de Noord-Amerikaanse getto’s. Deze werd door de
Amerikaanse soldaten, die hem de Jitterburg noemden, meegebracht
naar Europa tijdens de tweede wereldoorlog.
Jive, gebaseerd op de volgends dansleraren veel te wilde Rock ’n
Roll, de Boogie Woogie, African/American Swing, is na 1940
ontwikkeld uit de Jitterburg door Walter Laird.
Bij de Jive zijn er 2 verschillende stijlen. Bij de eerste stijl
ligt het accent op de vele kicks en bij de andere ligt de nadruk
op de heupen en het bovenlichaam van de dansers.
De Jive staat bekend om zijn snelle en opzwepende muziek. Het is
een vrolijke dans die niet speciaal iets uitbeeldt. Hij wordt
krachtig gedanst en men volgt de maat van de muziek nauwgezet.
De interactie met het plubliek staat tijdens de jive centraal.
Het motto van deze dans is “leef je uit”, wees een beetje
brutaal en doe af en toe iets geks, wat ook je partner niet
verwacht. Omdat deze dans gezien wordt al een soort
bevrijdingsdans moet je jezelf van alle schaamte om gezien t
worden op de vloer bevrijden en het publiek iets geven om van te
genieten.
Tijdens kampioenschappen is de Jive de laatste dans, dit is om
te laten zien dat het danspaar na vier dansen nog niet moe is en
er nog steeds hard tegenaan kan worden gegaan (soms is dit
echter enkel uiterlijke schijn)
Het accent ligt bij de jive op de tweede en de vierde maat. De
lengte van deze dans is op wedstrijden ongeveer 1,5 tot 2
minuten en de officiële snelheid is vastgesteld op 44 bpm.
De Jive is een positiedans, er wordt dus weinig afstand afgelegd
op de dansvloer.
Bij deze dans dans je samen, maar toch ook allen, je hoeft dus
niet constant met elkaar in contact te staan!