Rolstoeldansen: het ontstaan
Op verschillende plaatsen in de wereld maakte het rolstoeldansen een snelle ontwikkeling door. Vanuit Engeland veroverde het de rest van Europa, maar ook in de andere werelddelen kwam deze danssoort snel tot ontwikkeling.
Rond het einde van de jaren 60 vonden in verpleeginstituten
in Groot-Brittannië recreatieve activiteiten plaats als
verlengstuk van de revalidatie van de patiënten.
Hier werd in 1971 door George Hart en A.Edwards de "Wheelchair
Dance Association" opgericht. Engeland was het eerste en ook
lang het enige land waar aan rolstoeldansen gedaan werd.
De eerste activiteiten op het gebied van rolstoeldansen in
Duitsland en in de Scandinavische landen ontstonden rond de
jaren 70. In 1974 werden de eerste wedstrijden van rock'n roll
(in combivorm) gehouden in München en in Noorwegen wordt vanaf
1977 jaarlijks de Oslo Open georganiseerd.
Op de Paralympische spelen in Geilo (Noorwegen) was er in 1980
een demonstratiewedstrijd. Het Noorse rolstoeldanspaar dat daar
dansten en jarenlang toonaangevend bleef, bestond uit Thor Erik
Kleppen en Bente Gronli. De uitgangspunten in München waren
behoorlijk prestatiegericht: studenten van de sportuniversiteit
met als vakgebied 'Dans' waren de partners van
rolstoelgebruikers die door een uitstekende hand- en
schouderfunctie ook goed presteerden in andere sporten.
In Scandinavië was en is het uitgangspunt wat 'milder', maar ook
hier is het wedstrijddansen (in combivorm) belangrijker dan het
wekelijkse dansplezier.
In 1975 gaven Engelse rolstoeldansparen een demonstratie in
het Dorp in Arnhem. Dansleraar Evert Castelein uit Leiden was
aanwezig en werd gegrepen door deze dansvorm. Hij ging samen met
zijn vrouw in Engeland op observatie en ondanks de vele
tegenslagen zette hij door en zag kans om in het Rijnlandse
Zeehospitium in Katwijk in 1977 de eerste Nederlandse
rolstoeldansgroep te starten. Castelein liet zich in Engeland
opleiden to teacher en reisde enkele jaren later met de
Katwijkse rolstoeldansers naar Engeland om aan festivals deel te
nemen.
Corrie van Hugten, een nichtje van een collega van Castelein,
was jarenlang assistente in een dansschool. Door een ziekte kon
ze niet meer werken en moest ze haar loopbaan als hoofd van een
kleuterschool opgeven. Omdat Corrie al een hele tijd in de
dansschool van haar oom werkte, dacht Castelein dat
rolstoeldansen wel iets voor haar kon zijn, en ja hoor Corrie
was direct gefascineerd. Corrie en Castelein organiseerden samen
een cursus om nieuwe instructeurs op te leiden en in 1980
eindigde Corrie van Hugten als eerste Nederlandse de opleiding
tot rolstoeldansinstructeur.
Na een oprichtingsfase van een jaar werd in 1981 de Stichting
Rolstoeldansen Nederland officieel een feit, ent het balletje
begon te rollen: er kwamen een heleboel nieuwe instructeurs,
nieuwe groepen, ... .
Castelein moest zijn taak wegens hoge leeftijd al snel opgeven
en hij droeg de fakkel over aan Corrie die ondertussen steun en
assistentie gevonden had bij fysiotherapeut Ondine de Hullu.
Langzamerhand kwamen er ook contacten tussen de verschillende
landen tot stand. Tussen Nederland en Engeland bestond al heel
vroeg een nauwe band, wat onder meer leidde tot het bezoek dat
de rolstoeldansgroep Dansende Wielen uit Katwijk aan Engeland
bracht.
Ondine de Hullu volgde in Noorwegen een cursus Helse dans,
waarbij ze leerde om dansen aan te passen voor mensen met
allerlei handicaps.
Via de vele contacten bezochten Corrie en Ondine in 1982 de
Scandinavische competitie in combidans in Oslo. Tijdens dit
evenement werden contacten gelegde met andere landen, waaronder
Zwitserland en Duitsland. Corrie werd daarna enkele malen
uitgenodigd om te jureren op verschillende grote wedstrijden.
Frau Prof. Dr. Gertrude Krombhoz, werkzaam aan de
universiteit van München, bleek een energiek voorvechtster van
het rolstoeldansen te zijn. Door al haar contacten met de
gehandicapten sportwereld was zij de initiatiefneemster tot het
vormen van een interantionaal comité. Een kanttekening hierbij
is echter dat ze zeer uitgesproken denkbeelden heeft: volgens
haar is rolstoeldansen slechts weggelegd voor gehandicapten met
veel mogelijkheden, die er niet al te 'gebrekkig' uitzien.
competitie en eerste prijzen zijn haar doel. Dit uitgangspunt is
in grote tegenspraak met de doelstelling in bijvoorbeeld
Engeland, Nederland en België waar het plezier vooropstaat.
Belgische cursisten aan de Nederlandse instructeuropleiding
startten in hun eigen land rolstoeldans activiteiten op dezelfde
grondslagen, zodat er van oudsher tussen België en Nederland een
innige band bestaat op gebied van rolstoeldansen.
Langzamerhand begonnen ook andere landen en zelfs andere continenten belangstelling te tonen, en Corrie en Ondine werden onder andere uitgenodigd om naar Denemarken, Australië, Mexico en de Verenigde staten van Amerika te komen. Maar ook internationaal blijft zich ondanks de samenwerking een tweedeling aftekenen: plezier tov dansprestatie.
In 1994 is rolstoeldansen internationaal erkend als sport.
Als een nationale rolstoeldans-organisatie zich aansluit bij de
sportorganisatie van het betreffende land, wordt ook de
nationale erkenning een feit. Het internationale comité werkt
hard aan de uitbreiding van het aantal deelnemende lande. Ook is
fel gestreden voor erkenning van het rolstoeldansen door het
International Paralympic Committee (IPC). Deze mijlpaal is
bereikt tijdens international vergaderingen in Sydney in
november 1997. Voor erkenning is onder meer het organiseren van
regionale kampioenschappen, zoals het Europese kampioenschap, en
wereldkampioenschappen noodzakelijk.
De eerste officiële wereldkampioenschappen vonden plaats in
februari 1998 in Tokio, Japan. Naast het combidansen zijn er nu
ook al officiële tornooien voor duodansers.